Uitvoering van de stoot
De afstoot:
De Stoothoogte:
Effect:
Stand van de keu:
Met dank aan:
Dit systeem wordt als het universele systeem voor het driebandenspel beschouwd.
Het is niet ongewoon dat tijdens een partij meer dan 30% van de stootbeelden in aanmerking komen voor deze techniek.
De voorbeelden hieronder zijn slechts een kleine greep uit patronen die voor deze methode in aanmerking komen.
Het is niet moelijk om de volgende formule te onthouden:
Richtpunt = Vertrekpunt - Aankomstpunt
Het onthouden van de tellingen voor de verschillende referentiepunten:
vertrek- , richt- en aankomstpunt, in de tekeningen (V, R, A), kosten wat meer tijd. De waarden van die punten is voor elke
band verschillend en niet regelmatig verdeeld.
Opmerking: Bij problemen met het onthouden van de verschillende tellingen van het systeem, wordt aangeraden om de eerste
keer de methode alleen te gebruiken voor gebieden:
- Aankomst tussen 0 en 40.
- Vertrek tussen 35 en 60.
Als deze berekeningen geen problemen meer geven dan kan het gehele bereik van het systeem benut worden.
Beperking van de geldigheid
Deze methode is geldig voor alle stoten via de lange band naar de korte band, waarvan de waarde van het vertrekpunt
groter is dan de waarde van het aankomstpunt.
Bij het onderstaande schema is goed te zien dat het systeem hier niet geldig is. Het vertrekpunt ligt op ligt op 30 en het
aankomstpunt op 50.Het maximale bereikbare punt is 30 als op het punt 0 gemikt wordt.
De eerste stap: bepaling van het aankomstpunt
Het is noodzakelijk de looplijnen, zoals op het onderstaande figuur aangegeven, uit het hoofd te kennen. De
waardepunten zijn tegenover de merktekens op de band aangegeven.
Opgelet: vanaf het aankomstpunt met de waarde 40 aan de lange band(3e band), is de afstand tussen 2 merktekens, tot de waarde
90, 20 punten!
In onderstaand voorbeeld heeft het aankomstpunt de waarde
20. Het is belangrijk
te beseffen dat de aankomstwaarde 20 geldt voor elk punt op die lijn. Er is geen verschil in berekening tussen onderstaand
voorbeeld en die daar onderstaan.
De tweede stap: bepaling van het vertrekpunt
Als de speelbal langs de band ligt dan gelden de in onderstaande tekening aangegeven waarden.
Bij de originele site staat een tabel die gemakkelijk uit de tekening af te leiden is.
De derde stap: bepaling van het richtpunt
Bij toepassing van de formule: Mikpunt = Vertrekpunt - Aankomstpunt.
Richtpunt = 50 - 20
Richtpunt = 30
Opgelet: bij onderstaande afbeelding wordt vanaf het richtpunt met de waarde 50 steeds met dubbele punten gerekend.
Opmerking (zie bovenstaande afbeelding): Als het vertrekpunt aan de korte
band de waarde 50 of meer heeft moet er op het merkteken gemikt worden. Dus
niet op het punt tegenover het
merkteken.
Als er vanaf de lange band gespeeld wordt, met de waarde minder dan 50, wordt op het punt dat tegenover het merkteken ligt
gemikt. Bij de twee stootbeelden op bovenstaande afbeelding wordt in beide gevallen op 20 gemikt.
Als de speelbal niet aan een band ligt
Als de speelbal niet aan een band ligt gebruik dan de keu om het vertrekpunt op de band te bepalen, zodat de formule
Richtpunt = Vertrekpunt - Aankomstpunt toegepast kan worden. De speelbal is het
draaipunt van de looplijn.
Nog een tweetal voorbeelden
Uitbreiding van de methode voor « bal eerst » stoten
Het systeem is prima toepasbaar op zgn. “bal eerst” patronen. Om het mikpunt, of beter gezegd het raakpunt
van de speelbal met de band, te vinden, moet dezelfde methode gebruikt worden om zowel een mik- als vertrekpunt te vinden
dat aan de formule voldoet.
Ditmaal is bal 2 het draaipunt van de raaklijn en niet de lijn door het centrum van de bal.
Ballen over meer dan drie banden
Nadat de derde band geraakt is gaat de speelbal onder een hoek van 45 graden afslaan.
Zie hieronder een tweetal voorbeelden: